De Eerste Kamer gaat akkoord met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023. Met een nog ingebouwde noodrem. Als de digitalisering in oktober nog steeds hapert, kan alsnog uitstel volgen.
De Eerste Kamer stemde dinsdag met een kleine meerderheid voor de motie van CDA-senator Theo Rietkerk. Dat betekent voor nu dat de Omgevingswet al over een half jaar ingaat.
Het laatste voorbehoud is een geactualiseerd onderzoek op verzoek van de senaat door het Adviescollege ICT-toetsing naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet, het DSO. Dat wordt in oktober verwacht. In een eerder rapport in februari was het adviescollege kritisch over de inspanningen van het Rijk en medeoverheden om de technische mankementen van het DSO op te lossen.
Als uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de ICT-problemen voortduren, kan de senaat alsnog aan de noodrem trekken. De Eerste Kamer wil dat minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) in oktober tevens een overzicht van alle relevante voortgangsinformatie levert, aangevuld met een eigen toets van de stabiliteit van het DSO.
DSO-software in testfase
Sinds eind april is niet meer aan de DSO-software gesleuteld en is de fase van ‘indringend ketentesten’ gestart. De senaat eist een betrouwbaar inzicht in de resultaten hiervan, en ook in de tijdelijke alternatieve maatregelen die de minister in petto heeft voor gemeenten die straks bij de inwerkingtreding nog niet naar de nieuwe DSO-software over hebben kunnen stappen.
Een groot deel van deze technische maatregelen moet nog worden opgeleverd. Gemeenten zouden dan voorlopig hun oude ICT-systemen kunnen blijven gebruiken.
Ja, mits-optie is binnen
Minister De Jonge – bij de stemming aanwezig – heeft daarmee zijn begeerde ‘Ja, mits’-optie op zak. Gemeenten en andere medeoverheden zouden nu de duidelijkheid hebben waar De Jonge op aandrong. De inwerkingtreding op 1 januari staat in principe overeind.
Langer talmen is funest voor de besluitvorming over ontwikkelingsprojecten en de investeringsbeslissingen die hiermee zijn gemoeid, wierp De Jonge de Eerste Kamer eerder voor.
Aan de slag met omgevingsplan
Spannend wordt de deadline wel. Zo is er nog veel voorbereidingstijd nodig. Meer dan de helft van de gemeenten heeft nog niet met de DSO-software kunnen oefenen. Volgens de Aansluitmonitor zijn op dit moment 173 gemeenten in staat een omgevingsplan te publiceren, net iets minder dan de helft.
De koepels van gemeenten, provincies en waterschappen gaven eerder aan dat het DSO nog niet volledig werkt en dat daar nog veel voor moet gebeuren. Samen met het Rijk willen ze de vinger aan de pols houden. Ook de koepels willen echter nadrukkelijk vasthouden aan de inwerkingtreding van de wet begin 2023.
Nog laatste weegmoment
Vanwege de haperende ICT wil de Eerste Kamer een laatste weegmoment inbouwen. De uitvoeringsproblemen bij zowel gemeenten, softwareleveranciers als projectontwikkelaars maken de senaat behoedzaam. Professionals die in de praktijk met de wet moeten werken zouden onvoldoende worden gehoord.
Eind juli verschijnt een rapport van Deloitte naar het DSO. In de medio juni verschenen tussenrapportage staan geen conclusies over de stabiliteit en de werking van het digitaal stelsel.
In september komt de minister ook met resultaten van een enquête naar de ervaringen van overheden met hun implementatieopgaven.
Kritiek op motie
Een kritiekpunt van onder meer SP en PvdA/Groenlinks, die tegen de motie van De Jonge’s partijgenoot Rietkerk stemden, is dat deze juist voor onduidelijkheid zorgt. Overheden moeten immers met twee scenario’s blijven werken: invoering per 1 januari, of toch nog uitstel maar dan op het laatste moment.
Ook Neprom, de brancheorganisatie van projectontwikkelaars, hekelt de ja-mits-oplossing, waardoor er pas in oktober duidelijkheid komt. Een termijn van twee of drie maanden zal bij marktpartijen en ook gemeenten tot onzekerheid leiden, want dat is te krap om de vergunningaanvragen en de ruimtelijke basis voor projecten goed en tijdig voor te kunnen bereiden. Hierdoor zullen woningbouwplannen worden vertraagd en uitgesteld.
Coalitiepartner D66 vindt de CDA-motie verwarrend en overbodig aangezien minister De Jonge zelf al verklaard heeft dat er aan de uitvoeringskant de zekerheid moet zijn dat er met het DSO geen ongelukken meer kunnen gebeuren, alvorens op 1 januari groen licht te kunnen geven.
Wantrouwen senatoren niet weg
Een deel van de Eerste Kamer is nog altijd wantrouwend of de minister wel een waarheidsgetrouw beeld geeft van het functioneren van het DSO. De argwaan kwam naar voren tijdens het debat met de minister twee weken terug. In de beslisnota bij de Kamerbrief waarin De Jonge zijn tijdlijn vóór de inwerkingtreding per 1 januari onderbouwt, is een stuk tekst weggelakt.
Dit tot grote irritatie van een aantal senatoren, want het vorig jaar geïntroduceerde instrument van de beslisnota is juist bedoeld om de besluitvorming van ministers te kunnen volgen. De Jonge bleef echter bij zijn weigering tot openbaarmaking. Vanwege het vertrouwelijke karakter wil hij niet delen bij welke Kamerleden advies is ingewonnen. De motie van SP, GroenLinks en PvdA voor een ongelakte versie werd vorige week echter breed aanvaard.
De Eerste Kamer heeft het kabinet al vaker onvolledige en onduidelijke informatieverstrekking verweten over met name het functioneren van het DSO. De geheimzinnigheid rond de beslisnota is symptomatisch voor hoe De Jonge met het parlement omgaat, stelt de senaat. De hamvraag is dan ook of de Eerste Kamer in oktober wél over voldoende voortgangsinformatie zal beschikken voor de definitieve besluitvorming.
‘Over liegen niets bekend’
De minister probeert intussen ook de ophef over de vermeende intimidaties vanuit het ministerie van BZK en de DSO-organisatie weg te nemen. Vorige week schreef hij aan de Tweede Kamer dat hem niets bekend is over ambtenaren aan wie ‘vooraf gevraagd wordt of ze goed kunnen liegen’ indien ze het parlement over de Omgevingswet op de hoogte moeten brengen.
DikTrom says
Zorgvuldige besluitvorming….